0-12 jaar
Speelgroep
De speelgroep komt bij elkaar op zaterdagen van 9.30u tot 11.30u. Kinderen in de speelgroep hebben de leeftijd van 0 t/m 2,5 jaar. De aandacht ligt vooral op liedjes zingen en rijmpjes leren en er worden korte verhaaltjes voorgelezen. De begeleider van de speelgroep maakt gebruik van de methode Uk en Puk. Zoals de naam al zegt, is er ook veel tijd om te spelen, knutselen en kleuren van kleurplaten met een Nederlands thema. De voertaal in de speelgroep is Nederlands.
*Er dient altijd één ouder per leerling tijdens de les aanwezig te zijn.
Instroomgroep
In de instroomgroep krijgen leerlingen een opstap voor het onderwijsprogramma van groep 1 van het Nederlandstalige basisonderwijs. Kinderen van 2,5 jaar en zindelijk, kunnen gedurende het jaar instromen in de instroomgroep. Met behulp van de methode Uk & Puk en themagerichte activiteiten worden de leerlingen spelenderwijs ondersteund bij de ontwikkeling van hun Nederlandse taalvaardigheid en via sociaal spelen wordt hun woordenschat uitgebreid.
Onderbouw: Groepen 1 en 2
Voor de groepen 1 en 2 wordt gebruik gemaakt van de methode Uk & Puk. Hierbij staan vijf onderdelen van de taalontwikkeling centraal:
- ontwikkelen van het taalgebruik bij jonge kinderen
- uitbreiden van de woordenschat
- kinderen kennis laten maken met boeken en verhalen
- kinderen bewust maken van vormaspecten van taal
- kinderen oriënteren op de functies van geschreven taal.
Middenbouw: Groep 3
Groep 3 is een cruciale groep, waar de beginselen van het lezen en schrijven in het Nederlands worden geleerd. Deze leerlingen werken met de methode Veilig leren lezen. Via thema’s wordt aandacht besteed aan spreken, lezen, luisteren, woordenschat, schrijven en spelling. Daarnaast krijgen alle leerlingen huiswerk mee die aansluit op de les van die week.
Bovenbouw: Groepen 4 t/m 8
De leerlingen in de bovenbouw maken allemaal gebruik van de taalmethode Staal. Deze methode is speciaal voor de leergangen van groep 4 t/m 8 van het Nederlandse basisonderwijs. Tijdens het plannen van de lessen houden de leerkrachten rekening met de volgende specifieke uitgangspunten:
- Het accent ligt op het taalgebruik (luisteren, spreken, lezen, schrijven), met andere woorden taal leren door doen.
- De lessen moeten aansluiten bij de leef- en ervaringswereld van de leerlingen. Tijdens de les wordt veel klassikaal gewerkt om het luisteren en spreken te stimuleren.
Daarnaast worden de lessen zoveel mogelijk gedifferentieerd naar niveau, tempo en belangstelling van de leerlingen. De leerlingen van de bovenbouw krijgen iedere week huiswerk mee die aansluit op de behandelde stof van die week.

